Waar Bart vandaan komt en wat hij ziet gebeuren
Toen Bart begon bij PDENH, waren duurzame fondsen nog relatief nieuw. “In 2014 keek bijna niemand naar circulair of energietransitie als investeringscategorie. Inmiddels is het voor provincies en steden dé manier om hun maatschappelijke agenda waar te maken.”
Tegelijkertijd worden de opgaven groter en complexer: netcongestie, verduurzaming, energie-infrastructuur, circulaire ketens, betaalbare innovatie. Bart ziet dat publieke fondsen steeds meer geld ter beschikking hebben, maar dat de projecten om in te investeren niet automatisch meeschalen. “Geld is niet het probleem. Goede, investeerbare proposities wel. En daar gaat het vaak mis: niet omdat projecten slecht zijn, maar omdat ze nog niet voldoende zijn doordacht of ondersteund.” En precies tussen potentie en realisatie, is waar goed fondsmanagement het verschil maakt.

Kijken we naar de komende jaren, dan ziet Bart vooral kansen op het snijvlak van strategie en uitvoering:
“Er komt steeds meer publiek geld voor transitieopgaven. Maar de echte bottleneck wordt het klaarmaken van projecten. Fondsen kunnen veel meer betekenen als ze sneller kunnen schakelen. Dat vraagt om advies dat verbonden is met de praktijk. Die positie, dichtbij de ondernemer, dichtbij de overheid, met ervaring in echte investeringsbeslissingen, maakt dat KplusV fondsen kan helpen hun maatschappelijke opdracht écht waar te maken.”
Achter het advies
Veel mensen denken dat een fonds vooral draait om spreadsheets en besluitvorming. Maar voor Bart is het vooral mensenwerk, ervaring en vakmanschap. “Advies geven is één ding. Maar je begrijpt pas echt hoe een fonds werkt als je het zelf hebt gerund. Je leert van de weerbarstigheid, van ondernemers, van governance, van fouten. Die praktijkkennis is goud waard.”
In zijn PDENH‑tijd zat hij als aandeelhouder bij 35 bedrijven aan tafel. Hij moest beoordelen, investeren, begeleiden, bijsturen, en soms ook nee zeggen. Door die rol leerde hij wat realistisch is, waar risico’s ontstaan en wanneer je als fonds tóch moet instappen, ook als het financiële rendement beperkt is maar de maatschappelijke waarde groot. “Pas dan snap je hoe zo’n fonds echt draait en waar de knoppen zitten,” zegt hij.
Die jaren hebben gevormd hoe Bart adviseert: niet vanuit theorie, maar vanuit systemen die hij zelf heeft laten draaien. En vanuit rechtvaardigheid naar zowel overheid als ondernemer. “Je werkt met gemeenschapsgeld en met ondernemers met lef. Dat vraagt eerlijkheid aan beide kanten. What you see is what you get. Afspraak is afspraak.”
Die rechtlijnigheid ziet hij als een voorwaarde voor vertrouwen en goed fondsmanagement. Niet alles draait om winst; soms draait het om toekomstwaarde voor een regio, om innovatie die een hele keten verder brengt, of om duurzame effecten die niet in euro’s zijn te vangen.
“Onze ervaring leert dat je alleen een goed fonds runt als je denken en doen combineert. Je moet governance kunnen bouwen en in een fabriekshal kunnen staan om te beoordelen wat er écht speelt.” Bart ziet in de markt dat fondsen steeds vaker één grote uitdaging delen: ze willen meer impact maken dan alleen kapitaal uitzetten. Dat vraagt om drie dingen:
Goede governance
Heldere besluitvorming, scherpe rolverdeling, consistentie in werkwijze.
Projecten investeerbaar maken
Het merendeel van de veelbelovende ideeën is nog niet klaar voor financiering. Hier zit de grootste hefboom.
Investeren met oog voor bredere waarde
Financial, economic & societal return, precies in die volgorde zoals een publiek fonds dat vraagt.
Waarom KplusV?
Vraag je Bart waarom hij bij KplusV werkt, dan is hij helder: “Ik zou niet alleen kunnen adviseren vanaf een afstand. Bij KplusV kan ik adviseren en uitvoeren. Juist die combinatie maakt het werk relevant.” Hij vertelt hoe multidisciplinaire samenwerking een belangrijke factor is: “De kracht van KplusV zit in de mix: kennis van ondernemers, kennis van provincies en kennis van financiële instrumenten. Dat bestaat bijna nergens anders. Het is een gouden combinatie.”
